EMS Training Utrecht

Hoe werkt EMS-training?

Je spieren worden normaal aangestuurd door prikkels vanuit je hersenen. EMS voegt daar een tweede, externe prikkel aan toe — en dat verandert alles aan hoe efficiënt een training wordt.

Wat gebeurt er in je lichaam

Je trekt een pak aan met vochtige elektroden op de grote spiergroepen: borst, rug, buik, billen, bovenbenen en armen. Via die elektroden lopen lichte stroomstoten die dezelfde taal spreken als je zenuwstelsel. Je spier krijgt het signaal om samen te trekken en doet dat ook — of je nu wilt of niet.

Het verschil met gewoon trainen zit in de dekking. Bij een klassieke oefening werf je de spiervezels aan die nodig zijn voor die beweging, en pas bij vermoeidheid schakelt je lichaam de dieper liggende vezels bij. EMS bereikt die diepe vezels meteen. Daardoor werkt een korte sessie met licht gewicht toch als een zware training.

De sessie zelf

  1. Aankleden — je krijgt ondergoed van katoen dat licht bevochtigd wordt, zodat de stroom goed geleidt. Daaroverheen het EMS-pak.
  2. Instellen — je trainer voert per spiergroep de intensiteit op tot het punt waarop jij een stevige maar goed te dragen aanspanning voelt. Elke groep apart.
  3. Trainen — twintig minuten rustige, gecontroleerde oefeningen: squats, lunges, roeibewegingen, core-werk. De impulsen komen in intervallen van vier tot zes seconden, met rust ertussen.
  4. Afronden — een paar minuten uitlopen op een lagere stand om de spieren tot rust te brengen.

Hoe voelt het

Het meest gehoorde woord is “raar”. Niet pijnlijk — een diep tintelende, kloppende aanspanning, alsof iemand je spier van binnenuit vastpakt. Na de eerste minuut is het gewenningsproces meestal voorbij. Wat je de dag erna wél kunt verwachten is spierpijn op plekken waar je die zelden hebt, zoals je diepe rugspieren.

Twee keer per week, niet meer

Dit is geen bescheidenheid maar noodzaak. EMS belast je spieren intensiever dan reguliere training en je lichaam heeft achtenveertig uur nodig om dat te verwerken. Vaker trainen levert niet meer op, het levert minder op. Wie drie of vier keer per week wil komen, kan beter twee EMS-sessies combineren met wandelen, fietsen of zwemmen.

Voor wie is het niet geschikt

EMS is niet voor iedereen, en daar zijn we streng in. Je kunt niet trainen met een pacemaker of andere elektronische implantaten, tijdens de zwangerschap, bij epilepsie, bij ernstige hart- en vaatziekten, bij trombose, bij koorts of een actieve infectie, of met een open wond op de plek van de elektroden.

Twijfel je vanwege een aandoening, medicijngebruik of een operatie in het recente verleden — overleg dan eerst met je huisarts. Bij je intake nemen we een gezondheidsvragenlijst met je door en als iets onduidelijk is, trainen we niet voordat het helder is.